Gedenkmuur voor admiraal Ronarc'h en de Fusiliers Marins (Diksmuide - WOI)

Gedenkmuur voor admiraal Ronarc'h en de Fusiliers Marins (Diksmuide - WOI)

Gedenkmuur voor admiraal Ronarc'h en de Fusiliers Marins (Diksmuide - WOI)

Kenmerken

Meer info

Na de aftocht uit Antwerpen zag Koning Albert zich gedwongen zijn troepen achter de Ijzer samen te brengen. Op 18 oktober 1914 was de Slag om de Ijzer in volle hevigheid losgebarsten, twee dagen later was Diksmuide de enige plaats aan de oostelijke oever van de Ijzer die nog niet door de Duitsers ingenomen was. Het bruggenhoofd Diksmuide werd verdedigd door diverse eenheden, onder leiding van vice-admiraal Ronarc'h (tussen 3 en 6 november werd het bevel overgenomen door de Franse generaal Grossetti). De troepen die elkaar aflosten voor de verdediging van het bruggenhoofd waren: de brigade Fusiliers Marins (2 regimenten, d.w.z. 6500 man, voornamelijk van Bretoense afkomst) en een brigade van de 3de Belgische legerdivisie bestaande uit het 11de en 12de linieregiment o.l.v. Kolonel Meiser, die vanaf 24 oktober werd vervangen door Kolonel Jacques. Ook verschillende bataljons van de 5de Legerdivisie o.l.v. Generaal Scheere (het 2de Jagers te Voet en het 1ste Linieregiment) en diverse Belgische artillerie-eenheden o.l.v. Kolonel De Vleeschouwer verdedigden een tijdlang het bruggenhoofd mee, versterkt met enkele eenheden van de 6de Legerdivisie. Tenslotte kregen deze eenheden versterkingen van bataljons Tirailleurs Sénégalais (het 1ste bataljon uit Algerije en het 3de bataljon uit Marokko). Vanaf 15 oktober hadden de Fusiliers Marins zich in een wijde boog om de stad ingegraven en de eerste Duitse aanvallen opgevangen. Vooral de actie bij de “Petroleumtanks” zou veel slachtoffers onder de Fusiliers Marins eisen. De “Slag aan de Ijzer” woedde in volle hevigheid toen de Duitsers erin slaagden de Ijzer over te steken en de hoeve “De Toren” en de “Petroleumtanks” te veroveren. Ze waren op slechts 2 km van Diksmuide genaderd. De legerleiding wilde een Duits omsingelingsmanoeuvre verhinderen en plande deze gronden te heroveren op 24 oktober. In open veld probeerden ze, kruipend onder het vijandelijk mitrailleurvuur, een aanval in te zetten. De aanvalspoging werd op gruwelijke wijze in de kiem gesmoord: de Duitsers staken de reservoirs van de “Petroleumtanks” in brand, waardoor de vlakte in lichterlaaie stond en de brandende petroleum de Franse soldaten tegemoet stroomde. Met deze actie waren de Fusiliers Marins er niettemin in geslaagd de Duitse opmars langs de westelijke Ijzeroever tot staan te brengen. De bij kilometerpaal 16 gelegen stelling van de Fusiliers Marins zou tijdens de stellingenoorlog uitgroeien tot de beruchte “Boyau de la mort”. Op 31 oktober werd de Slag aan de Ijzer beëindigd door de onderwaterzetting van de Ijzervlakte. Niettegenstaande de herhaalde Duitse beschietingen hield het bruggenhoofd Diksmuide stand. Op 10 november moesten de geallieerde troepen o.l.v. Ronarc'h het bruggenhoofd tenslotte prijsgeven tijdens een Duitse verrrassingsaanval. Het monument voor admiraal Ronarc'h en de Fusiliers Marins in het stadspark werd in 1963 onthuld.

Thema's:

DOOD - FRONTSTREEK - SOLDATEN

Gerelateerde items:

Terug naar resultaten