Emile Verhaeren Dreef en Informatiebord (Wulveringem - WOI)

Emile Verhaeren Dreef en Informatiebord (Wulveringem - WOI)

Emile Verhaeren Dreef en Informatiebord (Wulveringem - WOI)

Kenmerken

Meer info

Emile Verhaeren werd geboren in 1855 te St.-Amands bij Antwerpen en bracht zijn kinderjaren door aan de Schelde. Hij studeerde rechten in Leuven. In 1875 week de familie uit naar Frankrijk. Hij verbleef afwisselend in Brussel, in Parijs en bij Quiévrain. Verhaeren verliet al snel de balie en wijdde zich aan kunstkritiek en poëzie. Hij publiceerde Franstalige gedichten en tonelen waarin hij Vlaanderen verheerlijkte, vooral in de 5 bundels van 'Toute la Flandre' (1904-1911). Zijn Franstaligheid werd hem door veel Vlamingen kwalijk genomen. Koning Albert en Koningin Elisabeth rekenden hem tot hun intimi. Bij de aanvang van de 20ste eeuw was hij wereldberoemd. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, vluchtte Verhaeren voor een half jaar naar Groot-Brittannië. Daarna keerde hij terug naar onbezet België. Samen met de koning bezocht hij de loopgraven aan de IJzer. Hij spendeerde de oorlogsjaren afwisselend in België (De Panne) en Frankrijk (bij Parijs). In zijn dichtbundels klaagde hij de waanzin van de oorlog aan. Kunstschilders van Rouen hadden hun Belgische collega's uitgenodigd hun werk te exposeren. Verhaeren reisde voor de opening van die tentoonstelling op 25 november 1916 af naar Rouen. Op 27 november zou de 61-jarige dichter tussen twee treinwagons vallen en ter plekke sterven. Daar België op dat ogenblik bezet was, wou Frankrijk de dichter een laatste rustplaats geven in het Panthéon te Parijs. De familie weigerde. Zijn weduwe eiste dat hij in Vlaanderen zou begraven worden. Na tussenkomst van koning Albert werd het lichaam op 1 december 1916 naar het hospitaal in De Panne overgebracht, waar het werd opgebaard. Even later (2 of 14 december) werd hij op de Belgische militaire begraafplaats van Adinkerke begraven. Het naderende oorlogsgeweld dreigde evenwel het graf van de dichter te vernielen en zijn stoffelijke resten werden overgebracht naar het kerkhof van Wulveringem (in 1918?). In 1927 kreeg hij, door toedoen van een speciaal comité van 'vrienden', een laatste rustplaats aan de Schelde te Sint-Amand-Puurs: op 9 oktober werd hij overgebracht naar het praalgraf aan de Schelde-oever in zijn geboortedorp, tegemoetkomend aan de wens die hij in zijn gedicht 'L'Escaut' uitte. Zijn graf daar werd als monument beschermd in 1993.

Thema's:

ACHTER HET FRONT - HEROPBOUW - OORLOG VANDAAG

Gerelateerde items:

Terug naar resultaten